Make your own free website on Tripod.com
Vrienden van Tripp Lentsch
achtergrondinformatie

De ontwerper.

"William H. Tripp (1920-1971) werd geboren in Little Neck Bay op Long Island en was van kindsaf aan al gefascineerd door water en zeilen. Op tienjarige leeftijd tekende hij al scheepjes en wijzigde zeilplannen van bestaande opntwerpen. Hij kwam in dienst bij Philip Rhodes en werkte later bij Sparkman en Stephens. Hij schreef in op een prijsvraag van het Engelse watersporttijdschrift Yachting World en won de tweede prijs met een 39 voet (11,89 meter) lang kielmidzwaardjacht. Deze prijs was voor het Amerikaanse bald Yachting aanleiding om het ontwerp te publiceren. dit bleek het begin van een succesvolle carrière als ontwerper. Tripp was een veelzijdig ontwerper. Hij tekende zowel toer- als wedstrijdjachten en was een van de eerste ontwerpers die polyester als serieus bouwmateriaal zag. Hij bouwde zelfs een voor de jaren 60 zeer groot jacht van polyester: de Columbia 50. De ontwerpen die van Tripp in Nederland ondermeer bekend zijn geworden, zijn de Sailmaster 26, de Medalist, De North East en natuurlijk de Tripp Lentsch 29, die in de beginjaren werd gebouwd op de werf van de Vries Lentsch."  

Geen wonder dus dat er overeenkomsten in lijnen en karaktereigenschappen te vinden zijn tussen de Tripp Lentsch en zeiljachten van Rhodes en SenS. Van de Tripp Lentsch werden er in Vianen aan de Lek 50 gebouwd, alsmede bijna 100 Meridians en 100 Swiftures.
De Swifture is gebouwd van 1959 tot 1962, de Meridians van juli 1961 tot november 1962.


     
 Swiftures  in het water van de Lek waar aan                De fabriek in Vianen, met Swiftures in aanbouw
 gewerkt wordt.                                                                                            


Philip Rhodes
"Rhodes was one of the pioneers in the transition to fiberglass construction. He adapted his classic designs and designed Bounty II for Coleman Plastics in 1956. This boat was the first large production sailboat out of fiberglass, and established the viability of fiberglass as a material for large production boats. (The molds were later bought by Pearson and the boat became the R41.) Over the next four years, the Rhodes office designed five boats for Seafarer Yachts, at that time based in Holland. These were the Swiftsure (33' centerboarder, 1958), a 35' motor sailor (1959), Ranger (28', 1959), Meridian (24', 1961), and a sailing dinghy (7', 1961). He also designed the Chesapeake 32 (1958, built in Denmark). In 1993, he designed several fiberglass boats; Vanguard (33' for Pearson), Reliant (41' for Cheoy Lee), and Tempest and Outlaw (23' and 26' for O'Day). These boats are in remarkably good structural condition even today. Many have been restored, and the ones that have not are good candidates for such treatment. They are examples not only of Rhodes' overall design, but also of his early mastery of the new fiberglass material."
(van het net gekopieerd)"


 
   Seafarer 31, 1968, no.124 design Bill Tripp         Swifture, design Philip Rhodes       

In the late 1950s and early 1960s, Holland was a major hub or yacht building and were pioneers in fiberglass yacht building. Before globally standardized hardware became common Holland was known for producing good quality custom hardware (mostly stainless steel and chromed bronze) at very reasonable prices. They were also known for reasonably inexpensive prices for very nicely finished boats. Holland in the 1960s was like Taiwan in the 1980s. There were a lot of American based companies importing Dutch boats to the United States. Some of the companies that come to mind are Henry Walton of Annapolis (who later imported a lot of Canadian Boats), Van Breems who imported the Contest Line, Dolf LeCompte who imported the LeCompte Line, Sailmaster, Tripp-Lentsch and quite a few others.
The story that I heard was that Brian Ackworth was a transatlantic airline pilot. He routinely flew into the various European countries. Since he was routinely crossing the Atlantic, he was able to receive and service American boat orders while on lay over in Europe. Brian was European and had a bit of an English accent. I have always assumed that Brian was English but a lot of Europeans during that era learned English from British teachers and so had English accents.
While the boats were being built in Holland, Seafarer had a very nice line. The three boats that I remember best were the 8 foot Rhodes Dinghy, 25 (or so) foot Rhodes Meridian and the 33 foot Rhodes Swiftsure. The Swiftsure was a really neat boat for its day. These were nicely proportioned keel center board boats in the pattern of the "Finnesterre" type pioneered by Sparkman and Stephens. They were never competitive race boats, even back then, but they sailed well and were beautifully finished when compared to similar priced American boats like the Pearson Vanguard.
I have always heard that the reason that Seafarer (and others) stopped importing boats from Holland had to do with Holland joining the Common Market. At some point in the early 1960s Holland joined the European Common Market. Somehow this caused a dramatic increase in prices for boats taken out of the EC to the States. It also caused a dramatic increase in cost to bring tooling over. So much so that I understood that it was cheaper for Seafarer to retool with a new line than to bring the old molds and Plugs over.
(van het net gekopieerd)
In die tijd was de dollar ongeveer 8,-- waard.  Dat maakte het laten bouwen hier wel erg aantrekkelijk. Toen de koers ging zakken was het dan ook snel gedaan.
De werf moest uitstel van betaling aanvragen en ging uiteindelijk failliet.
Op dinsdag tot en met vrijdag 15 t/m/ 18 apil 1969 is de hele boedel onder de hamer gegaan in verkooplokaal Frascati aan de Nes in Amsterdam.  
Ron Vos:
"In 1969 hebben wij uit het failissement van De Vries Lentsch het complete Tripp Lentsch project overgenomen. Dit bestond o.a. uit de mallen, een grote hoeveelheid materialen en vooraf geproduceerde houten delen, zoals luiken en binnenbetimmering, de gietmallen van al het bronzen beslag en ook de 178 tekeningen.  Van de TL was bijna elk onderdeel nauwkeurig getekend.
De polyester constructie en de lagenopbouw was berekend en uitgedacht bij TNO.De dikte van de huid verloopt dan ook aanzienlijk van onder naar boven. Zoals ik al schreef is deze constructie er op berekend dat de schepen onder Loyd's keur gebouwd werden. Daarom werd ook bijzondere aandacht besteed aan b.v. de gelcoat. Deze is gewapend met een glasvlies en direct achter de gelcoat ligt een fijn geweven mat. Voor de gelcoat moet een speciale isophtaalzure hars gebruikt zijn. Dat verklaart misschien waarom er maar weinig osmose optreedt.
Daarna werd de romp om en om opgebouwd uit gestrooide en geweven glasmatten. Na opbouw van de rompdelen werden de Stringers aangebracht. Dit zijn de horizontale langsversterkingen die ononderbroken van voor naar achter lopen en het schip echt extreem sterk maken. Het zijn eigenlijk een soort kokerbalken die werden opgebouwd om een pvc-schuim balkje wat vooraf in de romp werd geplakt. Bovenop deze balken werd een speciale unidirectionale glasmat aangebracht waarin strengen glaswapening uit een stuk van voor naar achter lopen. Hierna werden beide helften van de romp, de spiegel en de achtersteven (aan de kiel) geassembleerd en werden de schotten van het zeilwerk het motorkamerschot, het voorschot, de wrang achterin, de motorfundatie en het mastspoor aangebracht. De hoofdschotten waren ook zeer berekend qua constructie. De beide binnenschalen waren niet zwaar geconstrueerd. Ik denk niet dat ze veel bijdragen aan de sterkte en stijfheid van de romp.
Als laatste werd het dek geassembleerd. Uit de uitsparingen van de ramen werden ronde schijven gemaakt die weer aan de huid werden gelamineerd ter plekke van de doorvoeren. Hierdoor ontstond een glad vlak waarop later de bronzen flens-afsluiters met bouten werden aangebracht. Deze constuctie was nodig voor het Loyd's keur. (in veel schepen werden messing schuifafsluitertjes ingelamineerd)
De masten werden bij De Vries Lentsch als steekmast uitgevoerd. Daarom was er in het dak een gat met een opstaande kraag voor een persenning.
De laatste 5 casco's zijn destijds gebouwd in Medemblik.
Van mijn vader hoorde ik dat 2 van deze 5 casco's zijn afgebouwd door een professionele werf in Lemmer en er schitterend uitzagen.
Wij hebben totaal 7 schepen gebouwd, waarvan 4 voor bekenden die daar ook aan meegewerkt hebben. Deze schepen zijn op het eerste gezicht misschien niet zo makkelijk te herkennen omdat voor de aftimmering nog aanwezige houten delen uit de voorraad van De Vries Lentsch gebruikt zijn. Ik weet ook dat op z'n minst een van die eigenaren een origineel bronzen De Vries lentsch bouwplaatje in het schip heeft aangebracht.
Deze vier schepen zijn gebouwd in Uitgeest.
Van de andere drie schepen zijn er 2 als casco geleverd met een aantal losse delen. Waarschijnlijk de bronzen achterstevenhak en de roerkoningplaat in de kuip. In het derde casco hebben wij zelf nog de bronzen ramen en andere delen aangebracht. Ook hierop zijn nog een aantal originele teakhouten delen aangebracht. In ieder geval alle luiken en de kuipranden.
Daarna zijn de mallen verkocht aan een paar enthousiaste mensen die ook weer gegrepen waren door de het uiterlijk van de TL. Wij hadden wel de indruk dat ze zich vergisten in de commerciele haalbaarheid toen. De mallen zijn toen onder gebracht bij Coniplex in Medemblik.
Twee daarvan zijn in eigen beheer gebruikt voor de verhuur. Van twee casco's heb ik gehoord dat ze door een professionele werf zijn afgebouwd voor ook weer echte liefhebbers. Het laatste casco moet degene zijn die in het artikel in  de Waterkampioen  wordt beschreven.

Er zijn ook waarschijnlijk nog 4 Tripp 30's gebouwd bij Van Lent aan de Kaag. Een er van ken ik, die ligt nu in Friesland en was oorspronkelijk eigendom van Dhr. van Lent. De Tripp 30 had een naar achter hellende spiegel. Het schijnt dat dit schip niet voldeed qua vaareigenschappen. De huidige eigenaar omschrijft het als een soort "neiging uit de bocht te lopen"
Het schijnt dat de mallen van dit schip zijn vernietigd en het ontwerp aangepast. Hieruit is de Tripp Lentsch 29" geboren.
Toen we destijds aan deze schepen werkten heb ik ooit gehoord dat er zelfs sleeptankproeven zijn gedaan bij TNO. Dit kan te maken hebben gehad met de aanpassing van het achterschip.
Inmiddels heb ik al een aantal oude zwart/wit fototjes gescand waarop o.a. de mallen te zien zijn. Ik vond ook nog een oude veilingcatalogus van Troostwijk waaruit blijkt dat de faillissementsveiling van de scheepswerf van De Vries Lentsch in Amsterdam, waarin de mallen en alles wat er nog was van de TL zat, is gehouden op 15 t/m 18 april 1969"
 
 De mallen van de Tripp Lentsch, uit het fotoarchief van dhr. Vos.