Make your own free website on Tripod.com
zeileigenschappen

De winterwedstrijden (winter 2000/2001) vanuit thuishaven Drimmelen bieden een goede gelegenheid om de zeileigenschappen te vergelijken met andere boten. We varen daarbij met genua 2.
Het blijkt dat de boot relatief goed uit de voeten kan met een stevige wind. Bij licht weer zijn lichtere  jachten in het voordeel.  
De boot gaat snel hellen, maar heeft hij eenmaal zijn positie gevonden, dan blijft hij daar ook. Een plotselinge windstoot deert hem niet zo. Gewoon koers houden en doorvaren. Uit het roer lopen heb ik nog niet meegemaakt. Je moet wel zowat platslaan wil dat gebeuren.
Er is een groot verschil te zien tussen aan de wind zeilen of bij ruime wind.
Hoog aan de wind bij windkracht 5 tot 6 blijft hij, met genua 2 en het eerste reef erin, gemakkelijk sturen en hoogte houden. De snelheid ligt dan gemiddeld op zo'n 5,5 knopen. Zonder reef gaat de snelheid  zonder meer zakken.
Ruime wind heeft een Tripp Lentsch minder graag. De korte waterlijn zal daar wel debet aan zijn.  Veel zeil zetten (genua 1) is dan wel nodig.  De boot gaat vrij makkelijk naar zes knopen, maar dan houdt het ook ineens op. Veel harder door het water wil hij niet. Soms surfen we op een golfje naar 7 knopen of nog net iets eroverheen.    
Bij licht weer moet een Tripp Lentsch inleveren ten opzichte van moderne, lichtgebouwde jachten.  Toch wil hij ook dan nog wel lopen aan de wind.
De Tripp Lentsch die in mijn bezit is beschikt over een kortere giek dan andere. Daardoor is het grootzeil 5m2 kleiner dan normaal. Inmiddels (augustus 2001) heb ik besloten om die vierkante meters op een of andere manier terug te winnen. Ik ga OF de giek verlengen, OF een langere mast erop zetten.  Dat een en ander gevolgen heeft voor het zeilpunt is duidelijk.  

In oktober 2002 heb ik er een nieuwe, lange giek opgezet en een nieuw grootzeil.
Geen lange mast dus. (vanwege de kosten)
De boot zeilt zonder meer beter met licht weer, op ruime rakken.
Aan de wind lijkt het weinig of niets uit te maken.

                                     
Deze Tripp Lentsch lag in
april 2001
te koop in Duinkerken.
Hij heeft bouwnummer 41.                                            
De ervaringen van Wim Rijkelijkhuizen:
"Tientallen jaren was ik vaste bemanning op deze boot. Het is een zeer comfortabele zeiler. Iets loefgierig met wat meer wind maar door snel reven blijft hij hanteerbaar. De door u genoemde snelheid van 6 a 7 knopen klinkt erg bekend. Deze boot heeft de eigenschap om met weinig wind al aan deze rompsnelheid te komen. Er is echter veel geweld voor nodig om hem naar de 8 a 9 knopen te krijgen. Zeker op langere tochten wordt je daar moe van en heb je de neiging om wat zeil weg te halen. Het mooiste zeilen is in een ruime windkracht 5 met grootzeil en spinaker op zee. Dan suist hij op een bed van schuim door de golven en neemt nauwelijks water over. Wel moet je dan flink aan de helmstok hangen. Op vele tochten zijn we van de zuidkust van Engeland ( Solent ) tot de Duitse bocht ( Borkum ) gevaren. IJsselmeer, Wadden en Noordzee waren ons zeilgebied. Jammer dat u op wat kleiner water vaart want deze boot is erg geschikt voor het ruime sop. Het is nog een echte zeilboot ook wat inrichting betreft. Het zelfrichtend- en reservedrijfvermogen is heel goed. Op lange tochten wordt je soms wat lui. Zeker met de pieren van IJmuiden in het zicht. Dan komt het wel eens voor dat je besluit om bij een plotseling opstekende bui niet te reven ( we hadden toen nog geen rolreef ). Ook wil je wel eens weten hoe de boot zich gedraagd in zo'n situatie. In zo'n geval is het wel voorgekomen dat we volledig plat gingen. Door de schoten van het grootzeil en de genua los te maken schud je snel het water uit het zeil en je ligt zo weer recht en vaart weer verder. Het zwaartepunt ligt ondanks de geringe diepgang door de loodballast goed laag. De geringe diepgang is met name voor de ondiepe getijdehavens aan de Engelse kust en onze eigen Waddenzee handig. Door stroomrafelingen bij IJmuiden kunnen er diepe gaten in het water ontstaan. Als je daar doorheen gaat merk je dat de Tripp ook als onderzeeer aardig functioneert. Wij noemen dat " groen water aan dek ". Uiteraard wel met de kajuitluiken dicht! Gelukkig zijn de meeste tochten ruistig en warm geweest. Nooit heb ik het gevoel gehad dat de boot het niet aan kon. Door gebrek aan tijd en te veel wind is het voorgekomen dat zelfs wij op de motor binnendoor ( Zeeuwse wateren - IJsselmeer of Delftzijl - Lemmer ) teruggevaren zijn. De mens is de beperkende factor."