
Zeilplan volgens William Tripp in meters
sail |
voorlijk |
achterlijk |
onderlijk |
materiaal |
area |
mainsail |
8,54 |
9,46 |
4,27 |
dacron 6.5 oz. |
18,2 |
no.1 genoa |
9,75 |
9,69 |
5,97 |
dacron 4 oz. |
27,6 |
no.2 genoa |
8,84 |
8,71 |
5,13 |
dacron 6 oz. |
21,5 |
workingjib |
8,84 |
8,02 |
3,53 |
dacron 6 oz. |
14,1 |
stormjib |
4,50 |
3,50 |
2,18 |
dacron 8 oz. |
3,7 |
trysail |
3,35 |
4,57 |
2,59 |
dacron 8 oz. |
4,18 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
reacher drifter |
9,75 |
9,36 |
7,32 |
ripstop nylon
1.4 oz. |
32,2 |
no.3 genoa |
7,42 |
7,42 |
4,65 |
dacron 6 oz. |
16,4 |
Zeilplan volgens William Tripp:
sail |
luff |
leach |
foot |
material |
area |
mainsail |
28'-0" |
31'-1" |
14'-0" |
dacron 6.5 oz. |
196 Ft2 |
no.1 genoa |
32"0" |
31'-10" |
19'-7" |
dacron 4 oz. |
298 |
no.2 genoa |
29'-0" |
28'-7" |
16'-10" |
dacron 6 oz. |
232 |
workingjib |
29'-0" |
26'-4" |
11'-7" |
dacron 6 oz. |
152 |
stormjib |
15'-0" |
11'-6" |
7'-2" |
dacron 8 oz. |
40 |
trysail |
11'-0" |
15'-0" |
8'-6" |
dacron 8 oz. |
45 |
spinnaker
staysail |
13'-0" |
17'-0" |
13'-1" |
nylon 1.4 oz. |
85 |
spinnaker |
|
|
|
nylon 1.2 |
|
reacher drifter |
32'-0" |
30'-9" |
24'-0" |
ripstop nylon
1.4 oz. |
347 |
no.3 genoa |
24'-4" |
24'-4" |
15'-3" |
dacron 6 oz. |
177 |
Hoe de boot gebouwd werd
"De polyester constructie en de lagenopbouw was berekend en uitgedacht bij TNO.De dikte
van de huid verloopt dan ook aanzienlijk van onder naar boven. Deze constructie is er op berekend dat de schepen onder Lloyd's
keur gebouwd werden. Daarom werd ook bijzondere aandacht besteed aan b.v. de gelcoat. Deze is gewapend met een glasvlies en
direct achter de gelcoat ligt een fijn geweven mat. Voor de gelcoat moet een speciale isophtaalzure hars gebruikt zijn. Dat
verklaart misschien waarom er maar weinig osmose optreedt.
Daarna werd de romp om en om opgebouwd uit gestrooide en geweven glasmatten. Na opbouw van
de rompdelen werden de stringers aangebracht. Dit zijn de horizontale langsversterkingen die ononderbroken van voor naar achter
lopen en het schip echt extreem sterk maken. Het zijn eigenlijk een soort kokerbalken die werden opgebouwd om een pvc-schuim
balkje wat vooraf in de romp werd geplakt. Bovenop deze balken werd een speciale unidirectionale glasmat aangebracht waarin
strengen glaswapening uit een stuk van voor naar achter lopen. Hierna werden beide helften van de romp, de spiegel en de achtersteven
(aan de kiel) geassembleerd en werden de schotten van het zeilwerk het motorkamerschot, het voorschot, de wrang achterin,
de motorfundatie en het mastspoor aangebracht. De hoofdschotten waren ook zeer berekend qua constructie. De beide binnenschalen
waren niet zwaar geconstrueerd. Ik denk niet dat ze veel bijdragen aan de sterkte en stijfheid van de romp.
Als laatste werd het dek geassembleerd. Uit de uitsparingen van de ramen werden ronde schijven
gemaakt die weer aan de huid werden gelamineerd ter plekke van de doorvoeren. Hierdoor ontstond een glad vlak waarop later
de bronzen flens-afsluiters met bouten werden aangebracht. Deze constuctie was nodig voor het Lloyd's keur. (in veel schepen
werden messing schuifafsluitertjes ingelamineerd)
De masten werden bij De Vries Lentsch als steekmast uitgevoerd. Daarom was er in het dak
een gat met een opstaande kraag voor een persenning."
technische informatie: Ron Vos.

|
mallen van de Tripp Lentsch |

|